De wens voor lichtheid en geluk
Als ouder gun ik mijn kind meer lichtheid. Ik verlang ernaar dat mijn kind gelukkig is, dat het leven niet zo zwaar op hem of haar drukt en dat niet alles zo intens binnenkomt. Deze gedachten hoor ik regelmatig van ouders in mijn praktijk, maar ik herken ze ook sterk uit mijn eigen ervaring als moeder. Op papier klinkt het allemaal prachtig; niets liever wil ik dan dat mijn kinderen blij en gelukkig zijn. Want als zij gelukkig zijn, hoef ik me geen zorgen te maken en weet ik dat ik het goed heb gedaan als moeder. Dan heb ik niet gefaald. Hun geluk raakt daarmee direct aan mijzelf: ik leg, wellicht onbedoeld, de druk bij hen om gelukkig te zijn, zodat ik gerustgesteld ben. Maar dit is ook ingewikkeld, want wat is gelukkig zijn precies? Hoe ziet geluk er eigenlijk uit?
Herkenning in de praktijk
Deze gevoelens zie ik dagelijks bij ouders om mij heen. Ze wensen lichtheid voor hun kind, willen dat hun kind ‘oké’ is, gelukkig en niet te zwaar belast. Maar juist door hier zo op gefocust te zijn, neigen we ertoe niet te accepteren wat er ook is: namelijk dat het leven draait om balans. Niets is altijd goed of slecht, niemand is voortdurend gelukkig. Sterker nog, ik geloof dat je ook ongelukkig moet kunnen zijn om geluk te kunnen waarderen. In theorie klinkt dit logisch, maar als moeder vraagt het wat anders van mij. Het vraagt om te verdragen dat het soms slecht gaat, dat niet alles verklaarbaar of op te lossen is. Soms is er geen duidelijke reden of oorzaak. Ook vraagt het om te accepteren dat mijn kinderen hun eigen verlangens, dromen en vooral een eigen manier van zijn hebben. Dat ze echt hun eigen persoon mogen zijn, met hun eigen gebruiksaanwijzing. Misschien is geluk vooral: mogen zijn wie je bent.
Acceptatie van alle gevoelens
Jezelf mogen zijn betekent niet dat je altijd blij bent. Het is oké als dat niet zo is. Gevoelens mogen er gewoon zijn, ze hoeven niet opgelost te worden. Soms is erbij blijven al genoeg, en ontstaat lichtheid misschien vanzelf – of juist niet. Beide is goed.

Verantwoordelijkheid en ruimte
Vorig jaar zomer las ik in een boek dat ‘geluk willen voor je kinderen’ eigenlijk over jezelf gaat. Sindsdien merk ik dat deze gedachte steeds in mijn hoofd rondspookt. Ik herken hem nu ook in gesprekken met ouders. Door hier bewust bij stil te staan ontstaat er ruimte: ik ben niet verantwoordelijk voor het geluk van mijn kinderen, en zij niet voor dat van mij. Mijn verantwoordelijkheid ligt bij mezelf: mezelf weerbaar maken, proberen mezelf gelukkig te maken, maar vooral ook de donkere kanten in mezelf accepteren en omarmen. Zo leef ik voor wat ik mijn kinderen het liefst wil meegeven: weerbaarheid, zelfacceptatie, zelfliefde en mogen zijn wie je bent.
Ruimte geven aan het kind
Dus als mijn zoon het fijn vindt om gewoon even in een stoel te zitten en voor zich uit te staren, zeg ik: ga ervoor schat, het is oké.

Laat reactie achter
REACTIES